Soms lijkt de wereld verdeeld in twee kampen. Je hebt de mensen voor wie een conflict kerosine is. En je hebt de mensen die er met een grote boog omheen lopen.
Ik hoorde bij die tweede groep. En ik weet precies wat dat kost.
Terwijl jij het gesprek uitstelt, worden er beslissingen genomen waar jij niet bij bent. Vergoedingen worden vastgesteld, jaarrekeningen gedeponeerd, en termijnen lopen door. Je staat buitenspel in je eigen bedrijf. Het frustrerende is dat het voor de buitenwereld lijkt alsof de problemen uit de lucht komen vallen, terwijl jij al maanden met een knoop in je maag rondloopt.
Ik heb ooit een training gevolgd met de naam: vriendjes worden met conflicten. Die volgde ik omdat ik eeuwig bang was om een ander op de tenen te trappen. Niet handig als advocaat.
Wat ik wel en niet kan
Ik doe dit werk 25 jaar. Zonder aarzeling loop ik een kamer binnen waar ze met het mes tussen de tanden klaarzitten, en ik weet precies wat ik daar ga zeggen. Bij aandeelhouders die elkaar soms letterlijk naar de keel vliegen, blijf ik kalm.
Zolang het voor een ander is.
In mijn eigen kring ga ik het lang niet altijd aan. Ik ben bang iemand op de tenen te trappen, en dan houd ik vaker mijn mond dan me lief is.
In mijn gezin van herkomst had een conflict in wording een naam: ongezellig. Als het botste tussen mijn ouders, of tussen mijn ouders en mij, zei er iemand: “doe niet zo ongezellig”. 99 van de 100 keer was het daarna afgelopen.
En die enkele keer dat je erop doorging: “ach, hij bedoelt het goed”.
Twee zinnen. De eerste beëindigt het gesprek. De tweede beëindigt elke twijfel, en de nieuwsgierigheid om verder te kijken. Met die zinnen was het punt afgevinkt. Het meningsverschil niet.
Ooit vroeg ik mijn vader wat hij verdiende. Ik was 12 of zo. “Gaat je niks aan”, zei hij, en daarmee was het klaar. Ik heb het nooit meer gevraagd. De nieuwsgierigheid bleef.
Waarom dit ook over jouw bedrijf gaat
Een eerdere editie ging over 3 aandeelhouders die elkaar 1 keer per jaar zagen bij een etentje. Er knaagde van alles. Ze wisten dat de zoon van de enig directeur in het bedrijf werkte en hadden nooit gevraagd wat hij verdiende.
Ze wilden het wel weten. Ze wisten alleen precies wiens tenen geraakt zouden worden. Ze lieten de lange tenen van de ander zwaarder wegen dan hun eigen belang.
Dat gaat grotendeels onbewust. Bij jou, en bij de ander. Bij een BV met 2 of 3 aandeelhouders doet bijna iedereen dat, want die relatie is het fundament van hun samenwerking en hun inkomen.
Het kostte in “mijn’' zaak de 2 andere aandeelhouders uiteindelijk 7 jaar procederen. Intussen betaalde de bestuurder zichzelf en zijn zoon miljoenen, en toen het voorbij was, was er niets meer over.
Waar het misgaat
Het misverstand is dat conflictvermijding neutraal is. Alsof de situatie bevroren is tot een beter moment. Of misschien zelfs al eerder; Of je praat jezelf aan dat er helemaal geen conflict is.
Uitstellen is een keuze met een prijs. Elke maand dat jij niets vraagt, werkt de klok voor degene die wel beslist. Alleen zie je die prijs pas jaren later, als je hem al ziet.
Wat ik leerde
Op die training leerde ik dat een grens stellen geen ruzie is. En dat ik niet hoef over te stappen naar het kamp van de kerosine om een vraag te stellen of ferm te zijn.
Voorheen dacht ik dat het hetzelfde was. Vragen wat iemand verdient, zeggen dat je iets eerst wilt lezen, laten weten dat je zo niet tekent. In mijn hoofd was dat allemaal het begin van een gevecht, dus stelde ik uit.
Het is geen gevecht. Het is één zin, en daarna gaat het gesprek gewoon door.
Dat de ander er iets van vindt, hoort erbij. Dat is nog steeds geen ruzie.
De kamer waar je omheen loopt
Die twee kampen van hierboven bestaan niet.
Bijna niemand is in alles hetzelfde. De ondernemer die een leverancier zonder knipperen voor de rechter sleept, is dezelfde die zijn compagnon al 2 jaar niet durft te vragen waar dat geld heen gaat. Ik ken dat patroon van binnenuit.
Het gaat er niet om in welk kamp je zit. Het gaat erom of je kan erkennen welke kamer je vermijdt.
“Ja, maar dan wordt hij boos.” Dat is het eerste wat ik hoor zodra ik als advocaat zeg: stel die vraag. En vaak klopt het. Hij wordt boos.
Het tweede wat ik hoor: “ja, maar dan zegt hij: vertrouw je me soms niet?”
Nu zie ik het verschil. Boosheid is een emotie, en die gaat voorbij. Meestal zit er iets onder: angst of verdriet.
Die tweede zin, de vertrouwensvraag, is geen conflict. Het is een manier om er een te maken, zodat jij je terugtrekt.
Kijk maar wat er gebeurt. Jij vraagt naar cijfers en krijgt een vraag terug over jullie relatie. Jouw vraag is uit beeld, en jij bent degene die iets moet uitleggen.
Wie dat 1 keer heeft meegemaakt, vraagt het jaar daarop niets meer.
Hoe je die kamer wel binnenloopt
Met klanten werk ik in 4 stappen. Hier alvast een samenvatting, de uitwerking volgt in een latere editie. Spoiler alert: ik pas dit net zo toe in mijn privéleven.
Erkennen. Zeg wat er is, feitelijk. Niet “het loopt wat stroef”, maar: ik weet niet wat jouw zoon verdient, en dat zit me dwars. Zolang je het niet hardop zegt, al is het alleen tegen jezelf, bestaat het conflict officieel niet.
Doel bepalen. Wat moet er na het gesprek anders zijn? Gelijk krijgen is geen doel. Inzage in de cijfers wel. Een afspraak over die vergoeding ook. Of geruststelling: weten dat het goed zit, of juist niet. Wie zijn doel niet scherp heeft, laat zich met één zin afschepen: vertrouw je me soms niet?
Acties bepalen. Begin klein en concreet. Een mail met één vraag. Een agendapunt voor de aandeelhoudersvergadering. Een datum waarop je de stukken wilt hebben. Zet in je agenda wanneer je het doet. En doe het dan.
Terugkijken en vieren. Wat gebeurde er echt? Werd hij boos, en zakte het weer? Dan heb je net gezien dat een grens geen ruzie is. Sta daar even bij stil, want de volgende vraag stel je makkelijker. En beloon jezelf als je het gedaan hebt.
Voor aan je eigen keukentafel
Die 4 stappen werken niet alleen aan de vergadertafel.
Het lastige gesprek dat je met een ander vermijdt, begint meestal als conflict in jezelf. Je wilt iets weten. En je wilt dat het gezellig blijft, dat het geen gedoe en geen energie kost, dat het antwoord je geruststelt. Allemaal waar. Maar het is allemaal van jou.
Daar begint erkennen dus ook. Niet bij de ander, maar bij jezelf: dit wil ik weten, en dit ben ik bang kwijt te raken, te ontdekken of te horen. Pas als je dat scherp hebt, kun je kiezen wat je doel is. Bij je compagnon, je broer, je partner, je moeder.
“Doe niet zo ongezellig” is ook een zin die je tegen jezelf kunt zeggen. Ik heb dat jaren gedaan.
🚦 Verkeersregel #5: Een grens stellen is nog geen ruzie.
P.S. Ik zou die training zelf nog eens moeten volgen. Er is bij mij thuis een kamertje waar ik nog steeds omheen drentel, en zakelijk heb ik ook nog een Gesprek te voeren.
Welke vraag stel jij al maanden niet, omdat het net niet het goede moment is?
Antwoord op deze mail. Ik heb beperkte ruimte voor nieuwe klanten, maar ik maak graag tijd voor een kort gesprek om te kijken of we die kamer samen kunnen openen.
Voor de adviseur
Herken je deze situatie bij een van je cliënten? Stuur deze editie gerust door. Wil je sparren over hoe je dit gesprek aangaat zonder de relatie te beschadigen? Stuur me een bericht.
